Het landschap te Essen en omgeving door de eeuwen heen

Wanneer we het landschap te Essen en omgeving gaan ontleden, blijkt dat, zoals het overal het geval is, de evolutie van het landschap door de eeuwen heen in de opbouw relicten of leestekens heeft nagelaten. Veel van de huidige verschijningsvorm van het landschap kan door de werking van de natuur en door het gebruik door de mens verklaard worden.

We weten dat kleilagen werden afgezet die grove zandlenzen bevatten. Zij werden op hun beurt overdekt door dekzanden (aangebracht door de wind). Door een aantal natuurfenomenen, zoals uitspoelingen en mengeling, ontstonden plaatselijk leemlagen. De jonge dekzanden op ruggen waren geschikt voor landbouwexploitatie. Tijdens het Holoceen (vanaf 10.000 jaar tot heden) ontstonden door lokale verstuivingen de landduinen. Zo werden in grote trekken het huidige reliëf en de bodemgesteldheid vastgelegd. Beide zijn van groot belang voor de verdere evolutie van het landschap.

In de recentere tijden gaat het klimaat steeds vochtiger worden, waardoor de grondwaterspiegel gaat stijgen. In de lager gelegen delen stagneert het water en ontstaan er gunstige omstandigheden voor veenvorming. In de valleien krijgt men alluviale (=aangeslibde) afzettingen. In Essen komt dit voor in het beekdal van de Kleine Aa. Door pollenanalyse (dit is studie van het stuifmeel in de bodem) heeft men kunnen vaststellen dat nagenoeg heel de regio een loofbos was met voornamelijk eik, berk en hazelaar maar daarnaast ook beuk, iep, linde en esdoorn. In de lagere zones kwam els voor. Dit bos wisselde in deze streek af met de meer open vlakten met vennen en moerassen.

De veenontginning

Tot het Neolithicum (4000 v Chr) mag de streek hier marginaal genoemd worden. Het zou nog lang een woest gebied blijven, maar dank zij het massaal aanwezige veen zou hier voor het eerst een belangrijke ontginning tot stand gebracht worden die na verloop van tijd industriële vormen aannam en een vijftal eeuwen zou duren. Het zal medebepalend zijn voor de huidige verschijningsvorm van het landschap.

Als je de bodemkaart van België en van Nederland bekijkt, kan je vaststellen dat er heden ten dage nagenoeg geen veen voorkomt in de omgeving. Plaatselijk in de vallei van de Kleine Aa, in de Maatjes en ter hoogte van het vroegere domein De Greef bevindt het veensubstraat zich op geringe diepte. Rond de Mikvaart ter hoogte van het vroegere domein De Greef, in het Moerven en ter hoogte van Essendonk wordt een venige bovengrond aangetroffen. Het immense veenpakket dat de hele omgeving vroeger bedekte is dus verdwenen op een aantal relicten na zoals de Maatjes. Ooit lag hier nochtans een 4 m dik veenpakket. De moderne 19e en 20e eeuwse landbouwontginningen met de (kunstmest)bemesting en grondige ontwateringen van heidegebieden en moerassen, hebben een nieuwe veenvorming onmogelijk gemaakt.

In Essen- Kalmthout- Wuustwezel en in heel zuidwest Brabant was dus een immens veenpakket ontstaan. Het was voornamelijk sphagnumveen (veenmosveen) uit het Atlanticum (dit is een vochtige geologische periode van het Holoceen). Dit veen kwam dus voor in de immense vennencomplexen die hier lagen. Het veen is een organisch sediment- dit wil zeggen in bepaalde omstandigheden ontstaan uit plantenresten wanneer die niet kunnen rotten- dat als delfstof diende: turf. De door uitdroging gewonnen turf werd in de middeleeuwen een belangrijke brandstof omdat in deze periode het hout stilaan een zeldzaam goed werd en er van steenkool nog geen sprake was.

Het veen dat werd beschouwd als onderdeel van de woeste gronden, werd volledig afgegraven. Dit gebeurde deels in eigen beheer, deels in concessie met als resultaat dat de vaste grond in eigendom bleef. De gronden bleven dan ook bijna steeds chaotisch en onverzorgd achter. De immense heidevelden die de historische kaarten van de 18e en 19e eeuw ons tonen, zijn in deze streek uit dergelijke verlaten, afgeveende terreinen ontstaan. Dit toont ons al een duidelijk beeld van de omvang van het ontginningsgebied.

In tegenstelling tot de werkwijze in noordoost Nederland werd hier ook de bovenste veenlaag afgevoerd zodat die niet meer gebruikt kon worden om door vermenging met de vrij gegraven zandondergrond een voor agrarische ontginning geschikte bodem te vormen, de zogenaamde dalgronden. Waar kopers de gronden wel in eigendom kregen, hadden pogingen tot landbouwontginningen plaats. Op deze manier zijn dorpen als Nieuwmoer en Rucphen ontstaan (ook hier geen dalgronden, wel gronden met een dikke humusrijke bovenlaag die wijst op de relatief vroege ontginning met de rest van de omgeving). Tal van andere elementen zijn echter overal in het huidige landschap overgebleven en zijn opbouwende elementen geworden of gebleven in de huidige landschapsstructuur.

De turfvaarten en turfvaartresten.

De moernering in Essen was gericht op drie centra: Bergen op Zoom, Roosendaal en Rucphen. Roosendaal is pas in de tweede helft van de 13e eeuw ontstaan na stichting van een kapel vanuit een drietal reeds eerder bewoonde hogere plekken (donken) in de nabije omgeving. Het kende in de tweede helft van deze 13e eeuw een snelle groei ten gevolge van de verenigingsactiviteiten. Roosendaal werd namelijk een overslaghaven voor de turfhandel (de zogenaamde turfhoofden). De vrachten werden hier vanaf de vrij ondiepe schuiten overgebracht op diepwater schepen. Door verbetering van de Roosendaalse Vliet in 1451 werd de bereikbaarheid nog groter. Roosendaal kreeg ook een regionale marktfunctie zodat het in 1510 zodanig belangrijk werd dat het als zelfstandige parochie onafhankelijk werd gemaakt van de moederkerk van Nispen. Vanuit de overslaghavens werd de turf verscheept naar Zeeland (leerlooierijen) en Vlaamse steden als Antwerpen en Gent.

Om het veen naar de overslaghavens te krijgen werden turfvaarten aangelegd waarop schuiten in konvooien heen en weer werden getrokken. Dit was veruit de meest rendabele oplossing, gelet op de gebrekkige mogelijkheden van vervoer over de weg (de zandwegen waren niet bepaald geschikte wegen). Zo werd een heel stelsel gevormd dat dichter naar de veengebieden toe meer vertakt was.

Bovenstaande tekst is gebaseerd op "De Spycker" Jaarboek 1993 van de Koninklijke Heemkundige Kring Essen.
VVV De Tasberg dankt dan ook dhr. Marc De Borgher en De Kring voor het gebruik van deze tekst.

Veen

Veen is een sponsachtige, met water verzadigde bodem die hoofdzakelijk bestaat uit een opeenhoping van organische materialen van afgestorven of onvolledig gemineraliseerde, nog duidelijk herkenbare resten van vroegere vegetatie.

Venen kunnen onderscheiden worden in “laagveen” en “hoogveen”. Laagveen ontstaat als de vegetatie onder de grondwaterspiegel ligt. Dit kan in kommen of laagten. Het grondwater kan dus, al is het maar een deel van het jaar, boven het maaiveld komen. Soms ontstaat laagveen ook door verlanding van moerassen of waterpartijen. Als het veenpakket zo dik wordt dat het geen verbinding meer heeft met de grondwaterspiegel en dus voor water- en voedselvoorziening afhankelijk wordt van de neerslag, kan hoogveen ontstaan. Het deels vergane organische materiaal kan door het gewicht van de bovenop groeiende vegetatie in elkaar gedrukt worden. Hierdoor ontstaat "turf".

Afhankelijk van de samenstelling kan een laagveen meer of minder voedselrijk zijn. Zeker de voedselarme laagvenen kunnen rijk zijn aan kruiden, dwergstruiken en mossen. Hoogveen ontstaat op plaatsen waar de vegetatie afhankelijk wordt van neerslag. Er is dus geen contact meer met het grondwater. Het milieu is daardoor meestal zeer voedselarm en dus arm aan vegetatie. Verschillende soorten veenmossen spelen in de groei een belangrijke rol. Veenmossen hebben een langdurige lengtegroei. Bovenaan groeien ze verder terwijl ze onderaan afsterven. Het veenpakket kan zo meters dik worden. Op die manier ‘kookt’ het veen over. Het hoogveen bestaat doorgaans uit een mozaïek van bulten waarop de meeste zaadplanten (zonnedauw, veenpluis) en bepaalde veenmossen groeien en slenken met doorgaans veenmossen, levermossen en vleesetend blaasjeskruid.

Tekst van dhr. Joris Pinseel uit "De Spycker" editie 2011.



Naar boven

Actuele berichten

Halloween in het Fluisterb

Op 28 oktober gaan we een spannende tocht beleven. Schrijf je snel in op info@vvvessen.be of 03 677 19 91. Help de betovering van Elf Fien verbreken. €7 per kind en €2.50 per volwassenen Heel erg plezant voor kinderen van 3 tot 7 jaar.

Parkgolf

Dé activiteit voor groepen en families!!

Lees verder...

Evenementen volgende maand


Essen Kalmthout Kapellen Wuustwezel